Begin met een duidelijke actie: schrap de meeste op maat gemaakte code en stem de SAP-kern af op standaardmogelijkheden; deze stap vereenvoudigt het onderhoud en maakt een stabiele ontwikkeling mogelijk. Dit zorgt voor een voorspelbaar pad voor updates en helpt teams sneller te onboarden.
Bij het ontwikkelen van de clean core, breng legacy aanpassingen in kaart met concrete SAP mogelijkheden, isoleer maatwerk code en neem standaard interfaces aan. Deze aanpak maakt afhankelijkheden zichtbaar, waar data stroomt, en vermindert het risico tijdens upgrades.
Hier is een praktische reeks stappen om deze verschuiving te implementeren: inventariseer de huidige ontwikkelingen en markeer diegene die SAP-geleverde code dupliceren; vergelijk met doeltechnologieën, creëer een afbouwplan en definieer een migratietijdlijn; valideer wijzigingen in een gefaseerde omgeving vóór productie.
Verwacht een vermindering van 30–50% in aangepaste transporten en 20–40% minder integratiepunten binnen zes maanden wanneer je je focust op een schone kern. Vaak vermindert dit de onderhoudskosten, houdt het release cycles voorspelbaar, en helpt het het platform stabiel te houden met een duidelijkere eigenaarschap.
Om de winst te behouden, documenteer de nieuwe code-interfaces, investeer in een lichtgewicht testsuite en selecteer technologieën die datastructuren helder houden en toekomstige verbeteringen mogelijk maken. Deze aanpak betekent dat teams klantvragen kunnen beantwoorden met betrouwbaar, consistent gedrag bij updates.
Clean Core in SAP: Governance Foundation - Rechtstreekse antwoorden op de vragen die klanten daadwerkelijk stellen
Leg een governance-fundament dat de kern schoon houdt door alle aangepaste code naar gecontroleerde extensies te verplaatsen en standaard updates in de kern te plaatsen. Bouw een gevalideerde basislijn, vergrendel kernobjecten voor SAP-ondersteunde wijzigingen en voer een formeel wijzigingsbeheerproces uit. Creëer een concrete roadmap met gedefinieerde programma's om de transitie te implementeren en zorg ervoor dat de organisatie zeker blijft van de vooruitgang en resultaten.
Stel een Core Governance Council in met duidelijk omschreven rollen: Core Owner, Platform Lead, ABAP-specialist, Data Steward en Business-Process Owner. Definieer beslissingsbevoegdheden, escalatiepaden en een herhaalbaar proces dat alle wijzigingen regelt. Onderhoud één centrale plek voor de core repository, documenteer datastructuren en stem managementpraktijken af op meetbare doelstellingen. Deze samenwerking tussen mensen zorgt voor consistentie in data, processen en de core-oplossingen die aan de business worden aangeboden.
Stap over van ad-hoc wijzigingen naar gedisciplineerde praktijken. Begin met een inventarisatie van aanpassingen en ABAP-objecten, classificeer ze op impact en prioriteer items met een hoog risico voor migratie naar extensies. Gebruik eerst technologieën en standaardmogelijkheden; indien aanpassing vereist is, implementeer dit dan als extensielogica in plaats van kernmodificaties. Dit draaiboek minimaliseert risico's en beschermt upgradepaden, terwijl de zakelijke waarde die momenteel in alle modules wordt gezien, behouden blijft.
Definieer de governanceprincipes die implementaties sturen: beperk core-wijzigingen, geef de voorkeur aan side-by-side extensies, en documenteer de rationale voor elke aanpassing. Stel een transparant proces vast voor het evalueren van nieuwe vereisten, grondig testen en het valideren van de prestaties ten opzichte van datastructuren en integraties. De roadmap moet laten zien hoe elke stap aanpassingen uit de core verplaatst en hoe de datalaag stabiel blijft tijdens overgangen.
Beantwoord klantvragen met concrete feiten: de core zal enkel door SAP onderhouden functionaliteit bevatten, terwijl aanpassingen in gecontroleerde extensies leven die onafhankelijk kunnen evolueren. Ze zullen kortere upgradecycli zien, een duidelijker eigenaarschap tussen management en development, en snellere levering van verbeteringen via goed gedefinieerde programma's. De aanpak berust op expertise in ABAP, datamodellering en procesontwerp, zodat de core schoon blijft terwijl complexe bedrijfsbehoeften worden ondersteund.
In de praktijk is de plek waar governance het belangrijkst is, de kruising van processen, data en technologie. Regelmatige beoordelingen, dashboards van implementaties en defecten, en een gedisciplineerd wijzigingslogboek creëren voorspelbare resultaten. Investeer ook in training zodat teams gelijk lopen, afgestemd tussen de kernprincipes en het dagelijkse werk. Het resultaat is een kern die stabiel blijft, terwijl aanpassingen zich blijven aanpassen via gecontroleerde, goed gedocumenteerde oplossingen en verbeteringen.
Conclusie: een robuuste governance-basis versnelt de levering, vermindert risico's en verduidelijkt de verantwoordelijkheid binnen programma's en management. Door ABAP zorgvuldig te behandelen, data en structuren te structureren en een duidelijke overgang van aanpassingen naar extensies af te dwingen, bereik je een onderhoudbare, upgrade-vriendelijke core. Deze aanpak stelt je in staat om snel te reageren op zakelijke behoeften, terwijl je de core schoon en de roadmap haalbaar houdt.
Governance foundation voor Clean Core in SAP: praktische vragen en antwoorden voor klanten

Vestig een gecentraliseerde governance fundering voor Clean Core met een helder gedefinieerd beleid, een api-first controlelaag en een vaste upgradefrequentie voor alle applicaties en sap's. Publiceer het beleid in een single source of truth, wijs eigenaren toe en vereis afstemming van ontwerp tot implementatie. Gebruik cross-functionele teams en houd alles traceerbaar in je backlog en wijzigingsrecords.
-
V: Wat vormt de basis voor de governance van Clean Core?
A: De basis omvat een beleidsbibliotheek met duidelijke regels voor code, data en configuraties; een veranderadviesraad met verantwoordelijke rollen; een referentiearchitectuur die afgestemd is op Clean Core principes; een API-catalogus en surface definities; en een meetplan om de voortgang te volgen. Deze opzet helpt teams in verschillende talen en met verschillende tools om op één lijn te blijven en zorgt ervoor dat upgrades en implementaties, of je nu SAP's of andere applicaties gebruikt, voorspelbaar blijven.
-
V: Hoe moeten we upgrades en implementaties aanpakken voor verschillende applicaties?
A: Begin met een gedeelde backlog en een gedefinieerde upgradecadans. Gebruik een api-first aanpak voor nieuwe ontwikkelingen en zorg ervoor dat compatibiliteitscontroles zijn ingebouwd in CI/CD. Gebruik voor verschillende implementaties dezelfde governancetoezicht, maar stem validatiecriteria af per domein. Maak waar mogelijk gebruik van zowel cloud- als on-premise paden, en documenteer compatibiliteitsmatrices zodat teams weten wat kapot gaat en wat hetzelfde blijft tijdens upgrades.
-
V: Welke artefacten moeten we produceren ter ondersteuning van governance?
A: Onderhoud een actuele catalogus van functionaliteiten en API-surfaces; het aanbod moet duidelijk worden gekoppeld aan elke SAP-applicatie of elk SAP-landschap. Produceer architectuurdiagrammen, datatoewijzingsdocumenten, testplannen en rollbackprocedures. Gebruik tools die versiebeheer afdwingen en traceerbaarheid bieden tussen applicaties, SAP's en digitale componenten. De aangeboden catalogus helpt ervoor te zorgen dat iedereen snel de juiste functionaliteit kan vinden.
-
V: Hoe meten we het succes van governance?
A: Volg de snelheid van upgrades (dagen van goedkeuring tot productie), het aandeel implementaties dat voldoet aan het beleid, het aantal custom code objecten dat gemigreerd is naar clean core, de mate van API-first adoptie, en de afname van aanpassingen in de loop van de tijd. Houd beleidsschendingen in de gaten en los ze op binnen een vastgestelde SLA. De gebruikte metrics moeten bruikbaar, inzichtelijk voor zowel business- als technische teams en gericht zijn op verbeteringen op de lange termijn.
-
V: Welke aanpakken werken het best bij het coördineren van meerdere applicaties?
A: Hanteer een gecentraliseerde API-first strategie, pas consistente naamgeving toe en dwing waar mogelijk een gemeenschappelijk datamodel af. Stel teamoverstijgende rituelen in met toegewijde eigenaren per domein om afhankelijkheden te beheren. Zorg ervoor dat monitoring en tooling zijn geünificeerd, zodat een wijziging in de ene applicatie geen onverwacht gedrag in een andere veroorzaakt. Stem ook af met beveiligings- en gegevensprivacycontroles om governance eenvoudig en controleerbaar te houden.
-
V: Wat zijn praktische stappen om nu te beginnen?
A: 1) Inventariseer alle SAP's, applicaties en digitale componenten; 2) Creëer een governance backlog en wijs eigenaren toe; 3) Lanceer een pilot van 90 dagen gericht op api-first ontwerp voor een representatieve set functionaliteiten; 4) Stel een kwartaallijkse evaluatiecadans in om beleid en vangrails aan te passen; 5) Hanteer een duidelijke, bruikbare set tools voor API-beheer, change control en testen. Deze aanpak minimaliseert risico's en houdt de kern schoon, terwijl schaalbare groei wordt geboden. Hier is een snelle starter voor de volgende sprint: zorg ervoor dat alle teams dezelfde terminologie gebruiken en documenteer alles.
Definiëring van een schone kern: reikwijdte, vangrails en uitzonderingen

Definieer de Clean Core scope vandaag: neem enkel geïnstalleerde SAP core modules en standaard configuraties op, en classificeer alle integraties als core, side-by-side of buiten scope. Deze duidelijkheid vermindert de schuld en versnelt transformatie en upgrades door middel van een gecontroleerde grens.
Core betekent de geïnstalleerde basis van SAP-applicaties met een compliant datamodel en standaardprocessen. Integraties verbinden via stabiele interfaces, maar vallen waar mogelijk in een van de drie trajecten: core, side-by-side of outside. De rosa-governance beoordeelt voorgestelde verschuivingen en keurt uitzonderingen goed.
Leidraden: Stel leidraden op die meetbaar en afdwingbaar zijn voor alle architecturen: datamodelcompatibiliteit, gereedheid voor upgrades, testvereisten en gedocumenteerde afhankelijkheden. Het belangrijkste doel is om de kern schoon te houden, en benaderingen van verschillende teams moeten worden gebruikt om compliance te waarborgen.
Uitzonderingen: Creëer een uitzonderingsproces: log het verzoek met zakelijke rechtvaardiging, impact en migratieplan; vereis ROSA-goedkeuring; stel een tijdgebonden venster in; volg de schuld en plan de migratie; definieer waar de upgrade-inspanning op te richten; dit stappenplan helpt snelheid en risico in evenwicht te brengen; als je drift hebt ervaren, beperkt dit kanaal het.
Conclusie: Een goed gedefinieerde strategie – van scope via vangrails tot uitzonderingen – stelt u in staat om upgrades en transformatie met vertrouwen te beheren. In de SAP-wereld brengt deze aanpak applicaties, integraties en teams op één lijn, waardoor u schulden kunt verminderen en de kern gepolijst kunt houden. Vanuit deze conclusie kunnen teams zich scharen achter een term die verwachtingen communiceert.
Rollen en verantwoordelijkheid: wie is de eigenaar van de 'clean core'?
Wijs een toegewijde Clean Core Owner (CCO) aan die fungeert als schakel tussen business, IT, ABAP-ontwikkeling en SAPS-platformteams. Deze rol definieert de toepassingsscope, stemt af op functionaliteit en zorgt voor de aanpak om maatwerk te verminderen met behoud van waarde. De CCO handhaaft standaarden, beheert wijzigingen in de core en signaleert waar uitbreidingen buiten de core moeten plaatsvinden.
Creëer een lichtgewicht governance-instantie met vertegenwoordiging van product owners business, ABAP-ontwikkelaars, UX-designers en SAPS platform leads. Gebruik een beknopte RACI om te documenteren wie wijzigingen goedkeurt, wie test, wie documenteert en wie de omgeving onderhoudt. De CCO coördineert release planning en bewaart de traceerbaarheid tussen core versus uitbreidingslagen, met behulp van side-by-side reviews om impact te valideren.
De verantwoordelijkheden van de clean core eigenaar omvatten het bewaken van de onderhoudbaarheid van de core architectuur op lange termijn en het minimaliseren van complexiteit. De core moet stabiele services en gedeelde functionaliteiten blootleggen, terwijl aan nieuwe behoeften wordt voldaan door middel van gestructureerde aanpassingen op de applicatielaag, in plaats van door core componenten te wijzigen. De CCO speelt een sleutelrol bij het in evenwicht brengen van stabiliteit op lange termijn met reactiesnelheid.
Samenwerkingsnormen zorgen ervoor dat zakelijke prioriteiten zich vertalen in uitvoerbare vereisten. De business definieert waarde, IT valideert haalbaarheid en SAPS-teams bewaken platformbeperkingen. Alle partijen houden zich aan een gemeenschappelijke reeks principes en hergebruik van vastgestelde programmeerpatronen, waardoor een flexibele en veerkrachtige basis mogelijk wordt.
Cadans en metrieken: voer maandelijkse evaluaties uit, stem kwartaalroadmaps af en implementeer geautomatiseerde controles om de afstemming op de schone kern te bevestigen. Houd metrieken bij zoals de verhouding tussen kernwijzigingen en extensies, tijd tot goedkeuring, defectpercentages in de kern versus integratiepunten en onderhoudbaarheidsscores om continue verbetering te stimuleren.
Resultaat: met een duidelijke eigenaarschap, een eenvoudig verantwoordingsmodel en een gedisciplineerde aanpak van maatwerk en functionaliteiten blijft de schone kern robuust naarmate het applicatieportfolio groeit, terwijl side-by-side implementaties innovatie snel en beheerst houden.
Wijzigingsbeheer: goedkeurings-, test- en releasepoorten voor kernwijzigingen
Stel een vast change management framework in voor core changes, met drie poorten: goedkeuring, testen en release. Het framework moet duidelijke eigenaren, SLA's en rollback-stappen definiëren en moet worden gebruikt om alle changes die de core raken te evalueren, inclusief abap-objecten en cross-applicatie afhankelijkheden. Houd bij het aanbrengen van core changes een strakke grens rond hun toekomstige impact en push automatisering waar mogelijk.
Goedkeuringspoort vereist een beknopte impactanalyse, afstemming op hun toekomstige mogelijkheden en goedkeuring door de business sponsor. Gebruik een standaard template om vast te leggen wat er verandert, waarom, risico's en terugdraaistappen; zorg ervoor dat de goedkeuring wordt vastgelegd bij de versie die wordt aangepast; die beslissingen sturen vervolgens de test- en releasefasen aan. Een checklist op basis van termen helpt om het verzoek helder en traceerbaar te houden voor auditors en stakeholders.
De test-gate dwingt een testplan af dat functionaliteit en prestaties voor ABAP-wijzigingen dekt, plus regressiecontroles over de betrokken modules. Voer unit tests, integratietests en, waar mogelijk, geautomatiseerde controles uit in de CI-pipeline. De tests moeten afhangen van de mogelijkheden en de talen die door de applicatie worden gebruikt, en testgegevens moeten naar behoefte worden voorbereid en beschermd.
Release gate zorgt voor de gereedheid voor implementatie: een gefaseerde aanpak, met canary of gecontroleerde uitrol, versie-tagging en een terugdraaiplan. Pre-productie validatie en een implementatiescript moeten aanwezig zijn; de productie push mag pas gebeuren nadat de release gate is gepasseerd. Het proces is afhankelijk van de omgeving en mogelijkheden en moet aansluiten bij de change windows van de organisatie.
Hier is een praktische checklist om deze gates te implementeren:
| Poort | Trigger | Toelatingscriteria | Exitcriteria | Artefacten | Rollen | Timebox |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Goedkeuring | Wijzigingsverzoek indienen | Impactanalyse; goedkeuring door zakelijke sponsor; gebruik van termsjabloon | Goedgekeurd voor testen; versie(s) geïdentificeerd | Wijzigingsverzoekformulier; impactanalyse; terugdraaiplan | Verandermanager; Bedrijfseigenaar | 3-5 dagen |
| Testing | Goedgekeurd voor testen | Testplan; testdata; ABAP-wijzigingen gecompileerd | Alle tests geslaagd; risico acceptabel. | Testresultaten; testplan; gegevenssubset | QA Lead; Ontwikkelaar | 5–10 dagen |
| Vrijgave | Testen voltooid | Releaseplan; rollbackstrategie | Productie-implementatie; geïmplementeerde versies | Release notes; deployment script; back-out stappen | Release Manager; ABAP Team | 1-2 dagen |
Beleid, toegang en databeheer in een Clean Core-omgeving
Implementeer een centrale beleidslaag die RBAC, datamaskering en audit trails afdwingt voor S4HANA en verbonden apps binnen de Clean Core. Begin met een basislijn van rolgebaseerde toegang, machtigingen op objectniveau en verplichte beveiliging op veldniveau voor gevoelige gegevens, en leid alle beslissingen via een uniforme autorisatieservice voor inside en outside gebruikers. Deze aanpak verkleint de kloof tussen programma's en extensies en maakt beleidshandhaving zichtbaar in het hele systeem.
Ontwerp het beleid rond gegevensclassificatie: tag elk data-item met gevoeligheid en eigenaarschap en pas vervolgens geautomatiseerde controles toe die met de data meebewegen. Het centrale beleid moet niet alleen definiëren wie records kan bekijken, maar ook welke bewerkingen ze kunnen uitvoeren, en het moet afhangen van gegevensclassificatie en andere contextuele factoren die per domein verschillen. Het moet API-gateways ondersteunen voor outside integraties met behoud van sterke authenticatie en integriteit op berichtniveau. Veel van de controle vindt plaats op de datalaag, zodat ontwikkelaars zich kunnen concentreren op bedrijfslogica zonder beveiligingsregels in elk programma te dupliceren. Deze aanpak is afhankelijk van een sterk dataclassificatieframework en benadrukt ook hoe beleidsbeslissingen van toepassing zijn op andere systemen.
Bescherm data tijdens transport en in rust met sterke encryptie, roteer sleutels en forceer veldmaskering voor PII. Implementeer pseudonimisering voor niet-productieomgevingen en bewaarbeleid dat data automatisch verwijdert of archiveert na een bepaalde periode, nodig voor compliance. Dit helpt echt bij kruiscontroles tijdens audits. Houd een controleerbaar spoor van toegang en wijzigingen bij en bewaar logs in een afzonderlijke, onveranderlijke opslag om onderzoeken te ondersteunen, zelfs als een systeem verplaatst. inside of outside standaardkanalen. Deze aanpak zorgt voor veel zichtbaarheid voor audits en voldoet aan de wettelijke vereisten overal s4hana data stores.
Handgreep uitbreidingen en Hier zijn de regels voor de vertaling: - Geef ALLEEN de vertaling, geen uitleg - Behoud de originele toon en stijl - Behoud de formattering en regeleinden met een strikt governancemodel: vermijd het insluiten van beveiligingslogica in aangepaste code, wat niet betekent dat de beveiliging zwakker is. Vertrouw op standaard verbeteringen en uitbreidingsfaciliteiten met vangrails om de Clean Core binnen de beleidsenveloppe te houden. Deze strategie vermindert het risico op verschillend datadomeinen en vermijdt complexe problemen met kruisverwijzingen.
Stappen omvatten: datastromen in kaart brengen, data classificeren, rollen definiëren, centrale controles configureren, maskeringsbeleid implementeren, auditregels opstellen, testen met real-world scenario's en doorlopende monitoring opzetten. Zorg ervoor dat u controleert of wijzigingen worden doorgevoerd in alle betrokken programma's en dat hun toegang na elke upgrade nog steeds in lijn is met het beleid. De aanpak moet ook rekening houden met verbeteringen en nieuwe functies in S4HANA en gerelateerde services om beleidsafwijkingen te voorkomen. Sla de centrale controles niet over.
De strategie houdt het bestuur strak maar zichtbaar: volg beleidsbeslissingen, meet afwijkingen en controleer de toegang elk kwartaal, en stem ook af met data-eigenaren, zodat hun eisen bepalen hoe regels worden aangescherpt of versoepeld. Binnen de kern kunt u gebruikmaken van externe identiteitsbrokers, met behoud van prestaties en een duidelijke scheiding van verantwoordelijkheden. Deze aanpak maakt een groot deel van de controle gecentraliseerd, en teams kunnen snel reageren op veranderingen in s4hana en andere platformen.
Met deze aanpak blijft een Clean Core behouden. centraal naar governance, terwijl teams snel kunnen schakelen digital initiatieven, wetende dat beleid, toegang en databeheer binnen de grenzen blijven, ongeacht waar uitbreidingen of andere programs rennen.
Meting, audits en rapportage om een zuivere kern te behouden
Begin met een gecentraliseerd meetkader dat de kernintegriteit koppelt aan bedrijfsresultaten, en creëer één enkele bron van waarheid voor code, configuraties en transporten. Deze directe aansturing vermindert drift en versnelt herstel.
- Lanceer de rosa programma's als de governance-laag voor de clean core, met duidelijke verantwoordelijkheid, SLA's en geautomatiseerde controles voor ontwikkeling, testing en productie.
- Definieer een standaardreeks meetgegevens: functionaliteit, controle, bewaring, potentieel, SAP's, applicaties en voordelen voor de organisatie, met expliciete doelstellingen voor codekwaliteit die nodig zijn om de basislijn te handhaven.
- Activeer geautomatiseerde audits op sap's, code en configuraties. Plan dagelijkse scans, genereer wekelijkse samenvattingen en leid de resultaten geruisloos door naar het programboard voor actie.
- Gebruik één dashboard om trenddata, risicomarkeringen en de conclusie van elke audit te presenteren. Deze weergave wordt de standaard voor auditinzichten en ondersteunt strategische beslissingen. Het benadrukt transportstatus, testresultaten en afwijkingen van basislijnen om volgende stappen te bepalen.
- Implementeer eenvoudige controles die afwijkingen voorkomen: dwing basislijnen af, voer transportcontroles uit, stel afwijkingswaarschuwingen in en definieer rollback-paden voor mislukte wijzigingen. Dit werk omvat ook andere preventieve maatregelen om lacunes op te vullen.
- Stem mensen en processen op elkaar af: definieer rollen met een keuze aan verantwoordelijkheden, ze nemen deel aan reviews, je hebt een pad om bij te dragen, train teams op tools en SAP-procedures, en zorg dat de organisatie afgestemd blijft op de clean core-doelstellingen.
- Investeer in technische diepgang: documenteer codestandaarden, onderhoud een standaardset aan tools, en pas de saps-aanpak toe op nieuwe projecten, wat zorgt voor consistentie tussen applicaties en omgevingen.
- Volgende stappen: het meet- en auditmodel uitbreiden naar andere applicaties, het momentum van het programma vasthouden en de voordelen voor de organisatie in de loop van de tijd kwantificeren.
Conclusie: Een gedisciplineerde workflow voor meting, audit en rapportage levert tastbare voordelen op - verminderd risico, snellere herstelacties en een standaard die de basis vormt voor alle SAP's en applicaties.
Clean Core in SAP – Straight Answers to the Questions Customers Actually Ask">